Jaarplan 1 - voor 1 les per week
Periode: kerst / voorjaar
Doelgroep: BB (bovenbouw)
Lesfrequentie: een keer per week
Verwondering betekent openstaan voor de schoonheid van het leven: het is een levenshouding. We reizen via het beroemde verhaal van de Kleine Prins, die ons leert te kijken met ons hart. We reizen langs wonderlijke verhalen uit de Bijbel. Onderweg verwonderen we ons over het grote feest van omkering: carnaval! We verwonderen ons over de (levens)verhalen over Maria Magdalena – én die van onszelf. De verhalen over het leven van Majoor Bosshardt laten ons geloven in kansen, voor iedereen! We denken na over het leven van je droom, en een mooiere wereld voor iedereen.
Wat zie jij als je met je hart kijkt? Een les over verwondering en diepe verbondenheid in kwetsbaarheid, geïnspireerd door De Kleine Prins en Psalm 139. De Kleine Prins wijst leerlingen de weg van het hart, een weg van verwondering, aandacht en verantwoordlijkheid.
Buigen voor een beeld? Dat nooit! Sadrach, Mesach en Abednego piekeren er niet over, in het verhaal uit het Bijbelboek Daniël. Wat betekent het om te staan voor jouw principes?
Een les over carnaval als feest van omkering, maskerade en verbondenheid, met aandacht voor geschiedenis, actualiteit en overeenkomsten met feesten uit andere culturen.
Wat doet het met je als je een wonderverhaal hoort? Zeg je ‘Het kan niet waar zijn’ of daagt het je uit om net iets anders naar het leven en de wereld om je heen te kijken?
Ken je de verhalen over Maria Magdalena? Wat is het echte verhaal of is elk verhaal echt? En welk verhaal is nog niet verteld? Het verhaal over haar dromen misschien? In deze les maken de leerlingen kennis met verschillende verhalen over het leven van Maria Magdalena. Ze doen dit aan de hand van zeven schilderijen van bekende kunstenaars. Ook schrijven de leerlingen hun eigen levensverhaal, een verhaal uit deze tijd, waar de mensen zich later misschien ook over zullen verwonderen.
Heilssoldate majoor Bosshardt geloofde in kansen voor iedereen. Het was haar droom dat iedereen gezien werd; zij leefde naar haar droom. Waar dromen de leerlingen van? De leerlingen gaan op zoek naar hún droom en onderzoeken of die ten goede komt aan henzelf en/of aan de ander.